 |
Met meer of minder terughoudendheid worden in het onderwijs al tientallen jaren cijfers uitgedeeld: aan leerlingen. De prestaties worden bijgehouden, op papier of in de computer en dienen aan het eind van de rit als vergelijkingsmateriaal tussen scholen (kwaliteitskaart). Die in- door- en uitstroomcijfers vormen sinds enkele jaren vaste ijkpunten tussen scholen. Maar daarin spelen meer factoren dan alleen de 'harde cijfers' zoals die in de rapportage worden getoond.
Voor de prestaties van medewerkers en organisatie zijn net de eerste stappen gezet op het pad van prestatiemeting (zie o.a. de informatie van de Holland Consulting Group). Dat kan op veel manieren, bijvoorbeeld met behulp van de balanced scorecard of het INK managementmodel. Eén van de lastigste aspecten, onafhankelijk van het toegepaste model is de vraag welke maatstaven moeten worden aangelegd, of we daarmee meten wat we willen weten. Prestatiemeting wordt niet overal met open armen ontvangen, al is de noodzaak van een duidelijker beeld van de effectiviteit en efficiency voor de meeste betrokkenen wel duidelijk.
Het boekje 'de cockpit van de organisatie' van Kerklaan e.a. is een aanrader: het geeft een compact beeld van het gebruik van de balanced scorecard. Niet specifiek gericht op onderwijs, maar wel heel duidelijk geschreven. Een goed houvast voor de richting die het op moet met het onderwijs is nog altijd het kader van de inspectie.
Begin van de pagina
|
 |