|
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
|
|
|
 |
Artikelen: Microfinanciering: gouden toekomst of randverschijnsel? Investeren in ICT; Risico of kans? Marktwerking; een publieke aangelegenheid?
|
 |
|
|
|
 |
|
 |
|
|
|
 |
Samenvatting
Microfinancieringsprojecten worden opgezet in ontwikkelingslanden om armen de mogelijkheid op het verwerven van een eigen inkomen te bieden en toegang te verlenen tot financiële diensten als sparen, lenen en verzekeren. De vraag of dit bijdraagt aan duurzame ontwikkeling staat centraal in dit artikel. Met het verschaffen van microkredieten wordt het ondernemen in ontwikkelingslanden gestimuleerd, maar hoewel de bestrijding van armoede op zich een duurzaam doel is, is microfinanciering niet zonder meer te zien als een middel dat ook leidt tot duurzaam ondernemen. Uit onderzoeken blijkt dat het zelfs de vraag is of microfinanciering überhaupt wel bijdraagt aan ontwikkeling van de arme bevolking in ontwikkelingslanden. Overtuigend bewijs daarvoor ontbreekt tot nu toe, hoewel bevordering van de emancipatie van vrouwen door microfinanciering wel kan worden vastgesteld. Anderzijds stellen onderzoekers dat microkredieten wel kunnen leiden tot meer consumptie of grotere investeringen in duurzame goederen. Bij een doorslaand succes van microfinanciering zou de rol van duurzaam ondernemen belangrijker worden om te voorkomen dat ontwikkelingsgebieden in dezelfde spiraal van meer consumptie, vervuiling en overexploitatie van (energie)bronnen terecht komen als Westerse economieën. Omdat het niet aangaat om maatregelen op te leggen op het gebied van duurzaam ondernemen bij het verstrekken van microkrediet is het belangrijk te kijken naar andere mogelijke oplossingen voor de problemen die kunnen ontstaan wanneer in ontwikkelingsgebieden duurzaam ondernemen geen ingang vindt. (Institutionele) beleggers, overheid en ondernemingen kunnen vanuit Nederland op verschillende manieren bijdragen aan een klimaat van duurzaam ondernemen, maar de vraag blijft open of dat voldoende zal zijn om te komen tot duurzame ontwikkeling en op welke manier dit het beste kan worden aangepakt.
|
 |
|
|
|
 |
Download hier het hele document [98 KB]
AANBIEDINGEN MANAGEMENTBOEK
|
 |
|
|
|
 |
Samenvatting
De in bijlage A genoemde documenten vormen het dossier dat ten grondslag ligt aan deze notitie, waarin wordt ingegaan op de vraag hoe de gemeente Utrecht de bestaande goede positie kan behouden en versterken als het gaat om het aantrekken van ICT bedrijven. Vanuit het bestaande beleid, waarin duidelijk al wordt ingezet op economische bedrijvigheid in de ICT sector, worden kritische kanttekeningen geplaatst bij de soms globale uitgangspunten en aangegeven dat concretisering op een aantal punten nodig is. De focus op ICT is toekomstgericht, maar dat neemt niet weg dat er mogelijk andere kansrijke sectoren zijn die extra aandacht verdienen, zoals detailhandel, toerisme en biotechnologie (die overigens allen worden genoemd in het collegeprogramma) De gemeente Utrecht werkt, zoals alle gemeenten aan de digitalisering van de dienstverlening. De gemeente loopt hierin niet voorop en er zijn verbeteringen mogelijk om de voorbeeldfunctie te versterken en dienstverlenend te zijn aan bedrijven. Daarnaast kan de gemeente als opdrachtgever optreden. De belangrijkste belemmering voor bedrijven om zich in Utrecht te vestigen is de bereikbaarheid. In zeer sterke mate geldt dat voor de locatie Leidsche Rijn die in ontwikkeling is en waar de infrastructuur sterk achterblijft, zowel OV als wegennet. Hetzelfde kan gezegd worden van andere locaties binnen de gemeente. In samenwerking met provincie en rijksoverheid zal dit een speerpunt van het beleid moeten blijven, wil de gemeente aantrekkelijk zijn voor ICT bedrijven die vaak niet gebonden zijn aan een vestigingsplaats. Terugkijkend valt eenvoudig te concluderen dat al bij de planvorming missers zijn gemaakt op dit gebied. Dat moet in ieder geval niet bij herhaling gebeuren. Daarnaast kan bijvoorbeeld de Kamer van Koophandel goed weergeven welke eisen er zijn en worden er ook vanuit die richting oplossingsvoorstellen gedaan. Utrecht is met een grote Universiteit en enkele hogescholen een gebied waar het hoger onderwijs is geconcentreerd. Dit onderwijs kan een basis zijn voor uitwisselen van kennis. Daarnaast is het een bron van werknemers voor bedrijven. ICT is niet het kerngebied van deze onderwijsinstellingen. Nagegaan moet worden of ook andere sectoren, waar wel opleidingen in worden verzorgd, ook stimulering behoeven om bedrijven in die sectoren aan te trekken. Samenwerking tussen provincie en gemeente bij de kennistransfer tussen onderwijs en bedrijfsleven kan ‘dubbel werk’ besparen. De gemeente zet een focus op het midden- en kleinbedrijf. Dat past bij de schaal van de stad en de dynamiek van de ICT sector. Samenwerkingsnetwerken worden ondersteund en gestimuleerd. Het blijft van belang dat nut en noodzaak steeds in het oog wordt gehouden en dat duidelijke doelstellingen worden geformuleerd, zeker wanneer duidelijk is dat netwerken een tijdelijk karakter hebben. Tenslotte is de woonomgeving een aspect van belang als het gaat om de werknemers van bedrijven. De woningvoorraad in Utrecht is niet optimaal afgestemd op de vraag en het prijsniveau van woningen is hoog. Dat betekent dat de gemeente moet proberen om ook op andere manieren een aantrekkelijke vestigingsplaats te zijn voor werknemers. De gemeente zet sterk in op de combinatie van wonen en werken en kleinschalige bedrijvigheid in de (woon)wijken. Naast bedrijventerreinen biedt dat veel keuze voor bedrijven die zich in Utrecht willen vestigen.
|
 |
|
|
|
 |
Download hier het hele document. [53 KB]
Wilt u onderstaande bijlagen ontvangen? Stuur een mailtje met als onderwerp 'Bijlagen ICT beleid' en je krijgt het toegestuurd.
Bijlage A Documentenlijst Bijlage B Uit: Collegeprogramma Gemeente Utrecht 2001-2006 Bijlage C Uit: Controle geven of nemen Bijlage D Uit: De digitale Delta – Nederland online Bijlage E Uit: Concurreren met ICT competenties – Kennis en innovatie voor de Digitale Delta
|
 |
|
|
|
 |
Samenvatting
Marktwerking – een publieke aangelegenheid? Marktwerking is een verschijnsel dat bij uitstek thuishoort in het private deel van de samenleving. Vanuit de opdracht om een advies uit te brengen over nut en reikwijdte van marktwerking is ervoor gekozen om vanuit vier invalshoeken een beeld te geven van marktwerking. Die invalshoeken (overheid en marktvormen, de overheid als aanbieder, overheid en regelgeving, resultaten tot nu toe en inzet beleidsinstrumenten) zijn vooral bedoeld om een probleemverkenning in de breedte te geven. Vanuit die invalshoeken volgt uiteindelijk het advies om uit te gaan van een vijftal aandachtsspunten bij het opstellen van toekomstig beleid en uitvoering van marktwerkingsprojecten.
De markt wordt gekenmerkt door een doelmatigheidsstreven. In bepaalde marktvormen (oligopolie en monopolie) is de kans van marktmacht door één of enkele partijen aanwezig. Marktmacht kan welvaartsverminderend werken. In die gevallen kan het nodig zijn dat de overheid ingrijpt. De Overheid grijpt in op de marktwerking door bemoeienis met de prijzen in de vorm van BTW, invoerrechten en accijnzen. Als belangrijkste beweegredenen voor marktwerking komen twee elementen naar voren: doelmatigheid van de markt (of omgekeerd de costs of non competition) en tegengaan van ongewenste marktmacht. De situatie op de markt kan zo weinig transparant zijn dat geen welvaartsoptimum ontstaat. Wanneer marktfalen veroorzaakt wordt door gebrek aan transparantie, kan de overheid besluiten op die markten in te grijpen.
De bedrijfsmatig opererende overheid staat bij private rechtsvormen in principe net zo op de markt als andere aanbieders. Wel is het van belang dat geen oneigenlijke concurrentie optreedt. Wanneer de bedrijfsmatig opererende overheid dit doet vanuit publieke organisatievormen, blijft de overheid rechtstreeks of door middel van wetgeving voor een belangrijk deel zeggenschap houden over de organisatie. Sommige taken horen tot de kerntaken van de overheid. Deze taken kunnen niet aan de marktwerking worden overgelaten. Wat kerntaken zijn is afhankelijk van de cultuur, de geschiedenis en taakvervulling (of het taakverwaarlozingsrisico). Dit is vooral een politieke keuze, want o.a. ten Heuvelhof en Van Twist geven aan dat in theorie de grenzen van de marktwerking en concurrentie nog niet zijn bereikt. Privatisering en verzelfstandiging zijn bewegingen waarin de overheid taken op afstand plaatst of toevertrouwt aan de markt. Vooral het doelmatigheidsdenken ligt ten grondslag aan deze bewegingen. De overheid houdt wel behoefte aan controle en toezicht.
Regelgeving is de spil waar het om draait als het om marktwerking gaat. De MDW operatie bestaat niet voor niets uit het drieluik, marktwerking, deregulering en wetgevingskwaliteit. Overheidsingrijpen kan marktfalen tegengaan, maar anderzijds overheidsfalen tot gevolg hebben. De overheid treedt marktmacht onder andere tegemoet met het in 1998 aangescherpte mededingingsbeleid. Marktwerking kan niet-gewenste externe effecten tot gevolg hebben, waarbij de overheid moet ingrijpen om deze tegen te gaan. De overheid kan in de toezichthoudende taak belemmerd worden door een gebrek aan informatie. Interventie door de overheid kan door middel van overheidsregulering, zelfregulering of geconditioneerde zelfregulering. De werkzaamheid van deze middelen hangt sterk van de omstandigheden af. De overheid houdt een belangrijke taak als toezichthouder, zelfs bij het uitbesteden van de controle. Vereenvoudiging van de wetgeving, zal in het algemeen leiden tot een overzichtelijker toezichttaak.
In het jaarbericht MDW 2002 is de toon van de berichtgeving tevredenheid, maar er worden toch heel wat punten ter verbetering genoemd en de publicatie heeft als ondertitel meegekregen: meer markt of juist minder? De communicatie over marktwerking moet nog beter en de samenwerking op de departementen kan beter. Successen op het gebied van regulering zijn duidelijker dan die op marktwerking. Het terugdringen van de administratieve lasten lijkt behoorlijk goed te lopen, al is er discussie over de precieze omvang. De MDW projecten zijn gestructureerd volgens een vaste aanpak. Door Nyfer zijn vijf marktwerkingsprojecten geëvalueerd. Ook hier wordt genoemd dat de communicatie sterk voor verbetering vatbaar is. Projecten kunnen in de implementatiefase fikse vertraging oplopen doordat betrokken partijen zich roeren en profileren. Met name in de voorbereiding en de communicatie ziet het rapport kansen voor verbetering. Hoewel de infrastructuurgebonden sectoren enkele specifieke (gemeenschappelijke) kenmerken hebben, is er eigenlijk in uitgangspunten vrij weinig dat deze projecten onderscheidt van andere marktwerkingsprojecten, zowel wat betreft verscheidenheid als wat betreft de kansen en risico’s.
Regelgeving blijft het belangrijkste instrument. Met name de aandacht voor wetgevingskwaliteit moet bovenaan op de agenda blijven staan. Omdat beleidsinstrumenten situationeel worden ingezet en het in deze nota om de hoofdlijnen gaat en niet om (sector)specifieke projecten is gekozen voor een globale indicatie van bruikbare beleidsinstrumenten op basis van een vijftal aandachtspunten voor toekomstig beleid: goede regelgeving; toezicht; transparantie; terugdringen van marktmacht; communicatie. Direct gekoppeld aan wetgevingskwaliteit is toezicht een belangrijk instrument voor handhaving, maar ook voor adviestrajecten. Marktwerking kan als noodzakelijke, maar niet voldoende voorwaarde worden gezien voor een welvaartgerichte allocatie van middelen, maar omgekeerd kan evengoed de vraag worden gesteld of marktwerking daadwerkelijk de oplossing voor een veelheid aan problemen kan zijn. Vanuit die twijfel is ervoor gekozen om niet marktwerking centraal te stellen, maar een tweetal determinanten, die naast wetgevingskwaliteit, toezicht en communicatie in belangrijke mate bijdragen aan open en concurrerende marktverhoudingen: transparantie en terugdringen van marktmacht. In deze nota zijn een aantal aandachtspunten genoemd vanuit vier invalshoeken: overheid en marktvormen, overheid als aanbieder, overheid en regelgeving en resultaten van marktwerking tot nu toe. Deze invalshoeken spelen bij elk besluit over marktwerking een rol en zullen als oriëntatiepunten moeten worden meegewogen. Vanuit die invalshoeken kunnen op een verantwoorde manier keuzen worden gemaakt voor de toekomst. En daarmee blijft de markt zeker ook een publieke aangelegenheid.
|
 |
|
|
|
 |
Download hier het hele document [145 KB]
|
 |
|